Eigen Arbeidsreglement

/Eigen Arbeidsreglement
Eigen Arbeidsreglement 2021-10-12T14:29:51+02:00

Een exemplaar van het eigen arbeidsreglement;

klik op onderstaande link voor het reglement:

arbeidsreglement kodv 2013

ARBEIDSREGLEMENT VOOR DE GESUBSIDIEERDE PERSONEELSLEDEN

Hoofdstuk I

Algemene Bepalingen

Ter aanvulling van het Algemeen Reglement van het Personeel van het katholiek gewoon en buitengewoon kleuter-, lager en secundair onderwijs met uitzondering van het volwassenen- en het deeltijds kunstonderwijs – hierna genoemd Algemeen Reglement – regelt onderhavig arbeidsreglement de aanvullende bepalingen omtrent de arbeidsverhoudingen tussen

BETROKKENEN:

De Inrichtende Macht : Katholiek Onderwijs Dekenaat Vlijtingen (KODV) – St Albanusstraat 2 te 3770 Vlijtingen (RIEMST)
En haar gesubsidieerde personeelsleden van volgende onderwijsinstellingen:

Hoofdschool 1: VBS Membruggen – Wijnstraat 2, 3770 Membruggen – RIEMST – 012 / 23 58 16

-afdelingen: – Grote straat 64, 3770 Val-Meer – RIEMST – 012/ 45 55 70

– Bampstraat 8, 3770 Val-Meer – RIEMST – 012 / 45 31 91

– Montenaekenweg 4, 3770 Vroenhoven – RIEMST – 012/45 13 23

Hoofdschool 2: VBS Vlijtingen – Kloosterstraat 18 , 3770 Vlijtingen – RIEMST – 012 / 45 39 40

-afdelingen : – Kloosterstraat 14, 3770 Vlijtingen – RIEMST – 012 / 45 51 52

– Iers Kruisstraat 63, 3770 Lafelt – RIEMST – 012 / 45 51 52

– Heukelom Dorp 32, Heukelom – RIEMST – 012 / 45 55 23

Hoofdschool 3: VBS Zichen – Nieuwe weg 11, 3770 Zichen-Bolder – RIEMST – 012 / 45 21 30

-afdelingen : – Pastoor Bollenstraat, 9 Zussen – RIEMST – 012 / 45 25 91

– St Hubertusstraat 9, 3770 Kanne – RIEMST- 012 / 45 74 16

Ieder personeelslid wordt geacht onderstaand reglement te kennen en te aanvaarden en verbindt zich ertoe de voorschriften ervan na te leven. Er kan alleen, in onderling akkoord tussen werkgever en werknemer, in individuele gevallen,tijdelijk of definitief ,-worden van afgeweken- zonder dat echter de bestaande andere wettelijke of reglementaire voorschriften overtreden worden; deze afwijkingen dienen schriftelijk in tweevoud (één exemplaar voor de inrichtende macht en één exemplaar voor het personeelslid) te worden vastgelegd.

Hoofdstuk II

Arbeidsduur
Behoudens andersluidende schikkingen in toepassing van het Algemeen Reglement verloopt de arbeidsweek binnen de grenzen van het Besluit van de Vlaamse regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basis- en secundair onderwijs, in het deeltijds onderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie, georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap
§1 Openingsuren
De normale openingsuren liggen tussen volgende grenzen:
Hoofdschool Membruggen:

 

Membruggen

Vroenhoven

Val-Meer (Bampstr.)

Val-Meer(Grote str.)

voormiddag begin

8u45

8u45

8u45

8u40

voormiddag einde

12u00

12u00

12u00

12u00

middagtussentijd

 

 

 

 

namiddag begin

13u10

13u00

13u00

13u00

namiddag einde

15u25

15u20

15u20

15u15

 

Hoofdschool Vlijtingen:

 

Vlijtingen

Lafelt

Heukelom

voormiddag begin

8u40

8u55

8u40

voormiddag einde

12u00

12u00

12u00

middagtussentijd

 

 

 

namiddag begin

13u00

13u00

13u00

namiddag einde

15u30

15u30

15u15

 

Hoofdschool Zichen-Bolder:

 

Zichen-Bolder

Zussen

Kanne

voormiddag begin

8u40

8u50

8u45

voormiddag einde

11u55

12u05

12u00

middagtussentijd

 

 

 

namiddag begin

13u00

13u10

12u00

namiddag einde

15u20

15u30

15u30

 

§2 Afwijkingen
Individuele afwijkingen van het normale uurrooster kunnen door de inrichtende macht of de directie worden toegestaan, rekening houdend met de afspraken gemaakt in het lokaal comité.
In afwijking van het bestaande uurrooster kan voor de leraars met stagebegeleiding een specifiek uurrooster gelden.
Eveneens in afwijking van het bestaande uurrooster geldt voor personeelsleden aan wie bepaalde bevoegdheden gedelegeerd zijn, conform art. 5, § 1 van het Algemeen Reglement, een specifiek uurrooster.
De afspraken voor de middagonderbreking worden als volgt vastgelegd:
Zie hiervoor de middagtussentijden in de openingsuren van de scholen (tabel hierboven)

– de leerkrachten dienen een kwartier voor de aanvang van de lessen aanwezig te zijn.


Hoofdstuk III
Aanwezigheden

Behoudens andersluidende schikkingen in toepassing van het Algemeen Reglement en voor het basisonderwijs, het decreet van 25 februari 1997 Basisonderwijs (Belgisch Staatsblad 17 juli 1997), vindt de uitvoering van de schoolopdracht plaats binnen bovenstaande uurregeling.

1. Het bestuurspersoneel is steeds bereikbaar.

2. In het gewoon en buitengewoon basisonderwijs is de wekelijkse arbeidsduur vastgesteld in het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs (Belgisch Staatsblad van 11 september 1997).

De wekelijkse voltijdse arbeidsduur bedraagt 28 klokuren.

3. De wekelijkse voltijdse arbeidsduur van het ondersteunend, het administratief en het opvoedend hulppersoneel bedraagt 36 klokuren.

Voor de kinderverzorgster bedraagt de wekelijkse voltijdse arbeidsduur 32 klokuren.

Het individueel wekelijks uurrooster van het personeelslid wordt opgenomen als bijlage bij dit arbeids­reglement van de onderwijsinstelling(en).Dit uurrooster ligt bij de directeur. Bij elke wijziging van het individueel wekelijks uurrooster ontvangt het personeelslid een aangepaste versie.
De naleving van de aanwezigheden van het personeel wordt opgevolgd door aanmelding.
Alle afwezigheden worden voor de aanvang van de lessen gemeld bij de directie.


Hoofdstuk IV

Reglementaire bepalingen

Het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra is van toepassing.
De weddentoelagen worden door het departement onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap rechtstreeks aan de personeelsleden uitbetaald door overschrijving via de bankinstellingen, op het einde van de maand na vervallen periode. Elk personeelslid kan zijn loonstaat inzien op het secretariaat van de instelling
De weddenschalen per ambt en volgens de bekwaamheidsbewijzen zijn vastgesteld bij Besluit van de Vlaamse regering

Het Departement Onderwijs is voor de kinderbijslagen aangesloten bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor werknemers, Trierstraat 70, 1040 Brussel, in ter uitvoering van de wet van 6 juni 1992.
Hoofdstuk V

Bevoegdheden en verantwoordelijkheden
Conform het Algemeen Reglement, o.m. de artikelen 2, 4 en 5 is de directeur belast met de dagelijkse leiding van de onderwijsinstelling. Hij is verantwoordelijk voor de naleving van de geldende arbeidsvoorwaarden.
§1 Afspraken:

Ter uitvoering van artikel 6 van het Algemeen Reglement gelden voor de leden van het onderwijzend personeel volgende afspraken m.b.t. jaarplan, lesvoorbereidingen, schoolagenda, taken, toetsen, overhoringen, werkstukken en andere pedagogische aangelegenheden:
Hiervoor wordt verwezen naar de modaliteiten in het schoolwerkplan van de betrokken school
Elke leerkracht is in het bezit van een schoolwerkplan.
De schoolagenda, het jaarplan en de lesvoorbereidingen worden aan de inrichtende macht en aan de directeur op hun verzoek voorgelegd.
Eveneens ter uitvoering van artikel 6 van het Algemeen Reglement gelden m.b.t. de controle van schoolagenda’s, notities en schriften van leerlingen gelden de afspraken uit het schoolwerkplan.
De schoolagenda wordt gratis aan de personeelsleden bezorgd. Zij bewaren hun schoolagenda ten minste gedurende drie schooljaren.
§2 Problematische afwezigheden

In geval van problematische afwezigheden van leerlingen wordt volgende regeling toegepast;

Van zodra de 10 halve schooldagen problematische afwezigheden overschreden zijn moet de school minimaal aan een aantal door de overheid opgelegde voorwaarden voldaan hebben en moet er van de inspanningen een schriftelijke neerslag zijn , wil de problematische afwezigheid omgezet kunnen worden in een gewettigde afwezigheid:

– de school heeft de problematische afwezigheid gemeld aan het CLB.

– de school werkt samen met het CLB aan de begeleiding van de leerling. Dit komt overeen met wat bepaald is in art 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 tot vaststelling van de operationele doelstellingen voor de begeleiding van jongeren met leerplichtproblemen in de centra voor leerlingbegeleiding. Daarin is bepaald dat het CLB samen met de school elke minderjarige leerling begeleidt die meer dan 10 halve schooldagen per schooljaar problematisch afwezig is. Van deze contacten met het CLB en van de begeleiding moet er een schriftelijke neerslag zijn. Het is zeker niet de bedoeling dat er een nieuw dossier aangemaakt wordt : schriftelijke neerslag van de begeleidingsinspanningen kan geïnterpreteerd worden in het (bestaand) leerlingendossier.

In het basisonderwijs wordt het aanwezigheidsregister van de leerlingen ingevuld 30 minuten na de aanvang van de eerste lestijd van elke halve schooldag.

Bij evacuatie en bij schoolactiviteiten zoals bepaald in artikel 13 van het Algemeen Reglement wordt afgesproken wie de lijst van aanwezige leerlingen bij zich houdt en waar ze zich bevindt.
– Bij uitstappen : bij de klastitularis.

– Bij evacuatie : bij de verantwoordelijke van de vestigingsplaats (via de klastitularis)

§3 Geldinzamelingen
Geldinzamelingen, tombola’s, e.d. in de school gebeuren uitsluitend na goedkeuring van de directeur.
Hoofdstuk VI

Prestatieregeling , verloven e.d.
§1 Afspraken
In uitvoering van artikel 15 van het Algemeen Reglement worden voor de vakantieprestaties van het personeel volgende afspraken gemaakt:
De personeelsleden kunnen ook tijdens de vakantieperiodes opgevorderd worden op school (vb voor overleg ,vergadering etc… die de normale werking ten goede komen) Tijdens de zomervakantie is een aaneengesloten verlofperiode van 30 dagen gegarandeerd
Inhaallessen tijdens de vakantie gebeuren op vrijwillige basis

§2 Normale rustdagen zijn:
– de zaterdagen en de zondagen;

– de wettelijke feestdagen en de dagen die wettelijke feestdagen vervangen;

– de vakantiedagen.

De wettelijke feestdagen zijn: 1 januari, paasmaandag, 1 mei, Onze-Lieve-Heer-Hemelvaart, pinkstermaandag, 11 juli, 21 juli, Maria Tenhemelopneming, Allerheiligen, 11 november, Kerstmis.
Het personeel geniet van een verlof of een terbeschikkingstelling volgens de modaliteiten vastgelegd in de onderwijsreglementering. Elk verlof en elke terbeschikkingstelling moet vooraf worden aangevraagd.
§3 Uitzonderlijk verlof :

De personeelsleden kunnen een uitzonderlijk verlof genieten, binnen de perken van de reglementaire bepalingen, in het bijzonder:
– voor het huwelijk van het personeelslid

: één dag

– voor de bevalling van de echtgenote

: tien dagen

– voor het overlijden van de echtgenoot, van een bloed- of aanverwant in de eerste graad

 

: vier dagen

– voor het huwelijk van een kind

: twee dagen

– voor het overlijden van een bloed- of aanverwant, die onder hetzelfde dak als het personeelslid woont, ongeacht de graad van verwantschap

 

: twee dagen

– voor het overlijden van een bloed- of aanverwant in de tweede graad die niet onder hetzelfde dak woont als het personeelslid

 

: één dag

Dit uitzonderlijk verlof moet worden genomen op het ogenblik van de gebeurtenis of tenminste ter gelegenheid van omstandigheden die onmiddellijk uit de gebeurtenissen voortvloeien. Een verlof moet niet noodzakelijk ononderbroken zijn.
Het personeelslid bezorgt de nodige verantwoordingsstukken aan de directeur of aan zijn plaatsvervanger.
§4 Uitzonderlijk verlof wegens overmacht

De personeelsleden kunnen, naast de hoger vermelde verloven, genieten van een uitzonderlijk verlof wegens overmacht die het gevolg is van een ziekte of van een ongeval overkomen aan de volgende met het personeelslid onder hetzelfde dak wonende personen: de echtgenoot, de persoon met wie men samenwoont, een bloed­verwant, een aanverwant, een met het oog op zijn adoptie of de uitoefening van een pleegvoogdij opgenomen persoon.
De duur van een uitzonderlijk verlof wegens overmacht mag, in hoofde van een personeelslid, per burgerlijk jaar niet meer dan vier dagen bedragen waarop de school werkelijk geopend is.
Het personeelslid is ertoe gehouden een medisch getuigschrift te bezorgen waaruit blijkt dat zijn aanwezigheid vereist is.
§5 Staatsburgerlijke verplichtingen

De personeelsleden hebben het recht afwezig te zijn voor het vervullen van staatsburgerlijke verplich­tingen of van burgerlijke opdrachten die door de wetgever zijn opgelegd zoals:
· het bijwonen van een bijeenkomst van een familieraad, bijeengeroepen door de vrederechter,

· de deelneming aan een jury, de oproeping als getuige of persoonlijke verschijning voor de rechtbank,

· het uitoefenen van het ambt van voorzitter of bijzitter van een hoofdstembureau of in een hoofd­bureau voor stemopneming bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen.

Het personeelslid is ertoe gehouden aan de directeur of zijn plaatsvervanger de bewijsstuk­ken voor te leggen waaruit blijkt dat het om bedoelde verplichtingen of opdrachten gaat.
Hoofdstuk VII

Welzijn op het werk
§ 1 Preventie

De preventieadviseur van de interne dienst is: Danny Goffin (IDPB)
De preventieadviseur-geneesheer (externe dienst) is: de arbeidsgeneesheer van IDEWE, Kunstlaan 26 te 3500 Hasselt.
De leden van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk zijn:
De dienst IDEWE , Kunstlaan 26 te 3500 Hasselt.
De leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk :
Bij ontstentenis van kandidaten werd geen Comité voor Preventie en Bescherming (CPB) samengesteld.

§ 2 Medische verzorging:

Het personeelslid dat een wonde, hoe onbeduidend ook, heeft opgelopen is verplicht deze te verzorgen of te laten verzorgen
De verbandkist bevindt zich in het lokaal :

Hoofdschool Membruggen:

Afdeling Membruggen: kast gang directielokaal

Herderen : leraarslokaal

Val-Meer (Bampstraat) : leerkrachtenlokaal

Val-Meer (Grote str) gang (t.o. klas 3de leerjaar)

Hoofdschool Vlijtingen

Afdeling: Vlijtingen: directielokaal

Lafelt: leerkrachtenlokaal

Vroenhoven: gang (inkom)

Heukelom: in de klas

Hoofdschool Zichen-Bolder:

Afdeling : Zichen-Bolder: gang bij directielokaal

Zussen: leraarslokaal

Kanne: leraarslokaal

Bij ongeval kan het personeelslid zich wenden tot volgende geneesheren :
Hoofdschool Membruggen:

Dr Kusters Demerstraat 54 Membruggen tel 012/ 23 58 19

Dr Jansen Sieberg 1a Herderen tel 012/ 45 27 54

Dr Hardy Bolderstraat 70 Zichen-Bolder tel 012/ 45 58 91

Hoofdschool Vlijtingen:

Dr Smeets Mgr Simenonlaan 34 Vlijtingen tel 012/ 44 10 89

Dr van de Beek 012/ 45 39 18 Vroenhoven

Hoofdschool Zichen-Bolder

Dr Hardy Bolderstraat 70 Zichen-Bolder tel 012/ 45 58 91

Dr Loyens Onderstraat 30 Kanne tel 012/ 44 12 15

of tot een geneesheer naar keuze

Specifieke reglementering voor turnzalen wordt opgenomen als bijlage bij dit arbeidsreglement.

Zie bijlage 4

Hoofdstuk VIII

Lokaal onderhandelingscomité
Onderhandelingscomité van de scholengemeenschap en vakbondsafvaardiging
Maken deel uit van het lokaal onderhandelingscomité:
Bij ontstentenis van kandidaten werd er geen LOC samengesteld.
De vakbondsafvaardiging bestaat uit volgende personeelsleden:
Er is geen vakbondsafvaardiging samengesteld in onze school.

Hoofdstuk IX

Bescherming tegen geweld , pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.
§ 1. Beginselen en definities

Geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk zijn verboden omdat ze strijdig zijn met de rechten van de personeelsleden en met de eerbied voor hun menselijke waardigheid.
Dit verbod geldt voor de inrichtende machten en de personeelsleden alsmede de daarmee gelijkgestelde personen en ieder ander persoon die in contact komt met de personeelsleden bij de uitvoering van hun werk.
Onder “geweld op het werk” wordt verstaan elke feitelijkheid waarbij een personeelslid of een andere persoon waarop de betreffende bepalingen van de wet welzijn toepasselijk zijn, psychisch of fysiek wordt lastiggevallen, bedreigd of aangevallen bij de uitvoering van het werk.
Onder “pesterijen op het werk” wordt elk onrechtmatig en terugkerend gedrag, buiten of binnen de onderwijsinstelling, verstaan dat zich inzonderheid kan uiten in gedragingen, woorden, bedreigingen, handelingen, gebaren en eenzijdige geschriften en dat tot doel of gevolg heeft dat de persoonlijkheid, de waardigheid of de fysieke of psychische integriteit van een personeelslid of een andere persoon waarop de betreffende bepalingen van de wet welzijn van toepassing zijn bij de uitvoering van het werk wordt aangetast, dat zijn betrekking in gevaar wordt gebracht of dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.
Onder “ongewenst seksueel gedrag” wordt elke vorm van verbaal, niet-verbaal of lichamelijk gedrag van seksuele aard verstaan waarvan diegene die er zich schuldig aan maakt, weet of zou moeten weten dat het afbreuk doet aan de waardigheid van vrouwen en mannen op het werk.

§2. Het preventiebeleid

Volgende personen zijn ermee belast de inrichtende macht bij te staan bij het uitwerken van een preventiebeleid, en de slachtoffers van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op te vangen en hulp te verlenen:

1. de preventieadviseur van de interne dienst / vertrouwenspersoon;
2. de arbeidsgeneeskundige dienst
3. de medische inspectie.

De namen van betreffende personen, hun contactadres en telefoonnummer worden in dit hoofdstuk bekend gemaakt aan het personeel van de onderwijsinstelling. De inrichtende macht garandeert dat deze personen in voorkomend geval hun werk op autonome en onafhankelijke wijze kunnen uitoefenen en de nodige tijd en ruimte krijgen om de slachtoffers bij te staan, een grondig onderzoek naar de feiten en de omstandigheden te voeren, en naar oplossingen te zoekenDe preventieadviseur van de interne dienst treedt in onze school eveneens op als vertrouwenspersoon.
De preventieadviseur van de interne dienst wordt bijgestaan door de arbeidsgeneeskundige dienst die op professionele basis hulp zal verlenen.

§3. De preventiemaatregelen

De inrichtende macht neemt in de onderwijsinstelling volgende preventiemaatregelen m.b.t.:

1. de materiële inrichting van de arbeidsplaatsen opdat geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk voorkomen worden.
– Er is een gemeenschappelijk personeelslokaal waar informele en sociale contacten tussen de personeelsleden kunnen bevorderd worden , en waardoor eveneens de sociale controle zijn plaats heeft.
2. de bepaling van de middelen waarover de slachtoffers beschikken om hulp te krijgen en de wijze waarop het slachtoffer zich tot de vertrouwenspersoon en de preventieadviseur kan richten.
– Zie hiervoor §4 hieronder : afdeling bescherming.

3. het snelle en volledig onpartijdige onderzoek van de feiten.
– De aanduiding van de preventieadviseur/vertrouwenspersoon en ter ondersteuning de arbeidsgeneeskundige dienst die autonoom en zelfstandig kunnen handelen.

4. het onthaal van, de hulp aan en de vereiste ondersteuning van slachtoffers.
– Dit gebeurt in eerste instantie door de preventieadviseur/vertrouwenspersoon , zo nodig bijgestaan door de professionele hulp van de arbeidsgeneeskundige dienst en de medische inspectie.
Deze diensten krijgen tijd en ruimte om de slachtoffers bij te staan en een onderzoek van de feiten en omstandigheden in te stellen , ten einde te bemiddelen.

5. de verplichtingen van de hiërarchische lijn in de voorkoming van feiten van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag.
– Hiervoor bepaalde de hiërarchische lijn hierboven de middelen waarover het slachtoffer beschikt om hulp te krijgen. In “ §4 bescherming” bepaalt de hiërarchische lijn eveneens de verdere mogelijkheden waar het slachtoffer zich concreet kan wenden en welke de procedures zijn die kunnen gevolgd worden.

7. de voorlichting en de opleiding van de personeelsleden.
– Alle personeelsleden krijgen dit document expliciet ter hand gesteld. Zij krijgen daarenboven info in personeelsvergaderingen en via de specifieke “welzijnsbrochure”
8. de voorlichting van het Comité voor Preventie en Bescherming.
– Bij ontstentenis van kandidaten werd geen CPB samengesteld.
In voorkomend geval volgt het CPB de procedures en geeft waar nodig hierover het nodige advies.
§ 4. Bescherming

Het personeelslid dat in de onderwijsinstelling het slachtoffer van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag meent te zijn, kan zich wenden tot:
1) In eerste instantie tot de interne preventieadviseur die optreedt als vertrouwenspersoon

– Deze preventieadviseur/vertrouwenspersoon is Danny Goffin.

– Hij is te bereiken: Bureel: VBS Val-Meer – Bampstraat – 3770 Val-Meer (RIEMST) – tel. 012/45 31 91 – 0477/36 55 68 (privé)

2) Tot de externe arbeidsgeneeskundige dienst.

– Deze dienst fungeert als professionele hulp bij de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk.

– Hij is te bereiken : IDEWE Kunstlaan 26 – 3500 Hasselt – tel. 011/ 24 94 70 – fax: 011/ 22 35 6

3) Rechtstreeks tot de medische inspectie

– Deze is te bereiken: Theaterbuilding , Italiëlei 124 , 8ste verdieping – 2000 Antwerpen – Tel. 03/232 27 15 – Fax: 03/234 31 33

4)Tot de gerechtelijke procedure

– Hij/zij kan via het arbeidsauditoraat bij de arbeidsrechtbank een gerechtelijke procedure inleiden.

– Deze dienst is te bereiken: Griffie van de Arbeidsrechtbank – Kielenstraat 22 bus 2 – 3700 Tongeren – tel. 012/39 95 00

§ 5. Procedure

Het slachtoffer mag zich steeds laten bijstaan door zijn vakbondsafgevaardigde, raadsman of een collega die het heeft aangewezen.

1.Interne procedure

a) Informele procedure
De vertrouwenspersoon/bevoegde preventieadviseur hoort afzonderlijk het slachtoffer, de eventuele getuigen en de persoon of personen die als dader(s) aangeduid worden. Op basis van deze feiten legt hij een dossier aan. Hij bemiddelt op verzoek van het slachtoffer met de dader(s) van het geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk.

b)Formele procedure
Indien de bemiddeling door de vertrouwenspersoon/preventieadviseur tot geen resultaat leidt of onmogelijk blijkt op korte termijn neemt de vertrouwenspersoon, op uitdrukkelijk verzoek van het slachtoffer, de met redenen omklede klacht in ontvangst. Dit gebeurt bij aangetekende brief of bij afgifte tegen ontvangstbewijs.
De bevoegde externe preventieadviseur van de arbeidsgeneeskundige dienst wordt ingeschakeld. Hij ontvangt de officiële klacht. Hij stelt een gedateerd document op met de verklaringen van slachtoffer en getuigen en het resultaat van de bemiddeling.
De met redenen omklede klacht wordt officieel verzonden naar de werkgever.
De arbeidsgeneeskundige dienst formuleert eventueel suggesties voor de werkgever.
Door wederzijdse bemiddeling wordt vooralsnog getracht de problemen op te lossen.
De I.M. neemt passende maatregelen om de feiten van geweld , pesterijen of ongewenst seksueel gedrag te stoppen en beslist of een sanctie zal gegeven worden aan de dader(s).

2. Externe procedure.

Indien de bemiddeling door de bevoegde preventieadviseur van de arbeidsgeneeskundige dienst tot geen resultaat leidt of onmogelijk blijkt , schakelt hij de medische inspectie in.
Ook deze treedt nog bemiddelend op.
Indien de feiten nog behouden blijven worden ze doorgegeven aan de arbeidsauditeur waarna ze kunnen ingeleid worden bij de arbeidsrechtbank en in een verdere fase bij de correctionele rechtbank.
Al deze acties gebeuren op uitdrukkelijk verzoek van het slachtoffer.

§ 6. Specifieke ontslagbescherming

Personeelsleden die een klacht wegens feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk indienen mogen op geen enkele wijze gediscrimineerd worden
Vanaf het ogenblik van het indienen van een met redenen omklede klacht op de hiervoor beschreven wijze geniet het slachtoffer van ontslagbescherming. Dit geldt in voorkomend geval ook voor de in de zaak gehoorde getuigen.
Ongeldige aanklachten kunnen aanleiding geven tot sancties.

§7 . Verwachtingen

Van de leerkrachten wordt volgende medewerking verwacht:
1. Constructief meewerken aan het preventiebeleid dat is opgezet in het raam van de bescherming van de werknemers tegen geweld, pesterijen of O.S.G op het werk.
2. Zich onthouden van elke daad van geweld, pesterijen of O.S.G. op het werk.
3. Zich onthouden van elk misbruik van de klachtenprocedure

Hoofdstuk X

Slotbepalingen
De vastgestelde inbreuken worden voor de gesubsidieerde personeelsleden behandeld en gesanctioneerd overeenkomstig het decreet rechtspositie van 27 maart 1991.

Dit reglement werd – bij ontstentenis van een lokaal onderhandelingscomité – besproken in de personeelsvergadering nadat het ontwerp op behoorlijke wijze werd bekendgemaakt.
Voor afdeling Membruggen ,Herderen , Val-Meer op 10.05.05
Voor afdeling Vlijtingen, Lafelt, Vroenhoven , Heukelom op 19.04.05
Voor afdeling Zichen-Bolder , Zussen en Kanne op 29.06.05

Het personeel kreeg de gelegenheid gedurende 15 dagen rekenend vanaf de personeelsvergadering om opmerkingen te formuleren in het register dat werd opengesteld per afdeling.
In bijlagen 1,2 en 3 de registers met opmerkingen
Het arbeidsreglement treedt in werking op 01.10.05 , behoudens opmerkingen van de inspectie der sociale wetten.
Het werd bij het Gewestelijk Bureau voor de Inspectie van de Sociale Wetten van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid ingediend onder het nummer ………………………..

Riemst , 26 september 2005

 

Afgevaardigde-beheerder:

Steegen Arnould

 

Bijlage 1

Hoofdschool 1 : VBS Membruggen

Wijnstraat 2 , 3770 Membruggen RIEMST 012 / 23 58 16

-afdelingen: -Tolstraat 6 , 3770 Herderen RIEMST 012 / 45 49 25

-Bampstraat 8 , 3770 Val-Meer RIEMST 012 / 45 31 91

-Grote straat 64 , 3770 Val-Meer , RIEMST 012/ 45 55 70

Opmerkingen van het personeel over het eventueel wijzigen van het arbeidsreglement , aangeplakt op 10.05.05

 

 

 

 

NIHIL

 

 

 

 

 

De afgevaardigde-Beheerder

Steegen Arnould

 

 

Bijlage 2

 

Hoofdschool 2 : VBS Vlijtingen

Kloosterstraat 18 , 3770 Vlijtingen RIEMST 012 / 45 39 40

-afdelingen : -Iers Kruisstraat 63 , 3770 Lafelt RIEMST 012 / 45 51 52

-Montenakenweg 4 , Vroenhoven RIEMST 012 / 45 13 23

-Heukelom Dorp , 32 , Heukelom RIEMST 012 / 45 55 23

Opmerkingen van het personeel over het eventueel wijzigen van het arbeidsreglement , aangeplakt op 10.05.05

 

 

 

 

NIHIL

 

 

 

 

 

 

 

De afgevaardigde-Beheerder

Steegen Arnould

 

 

Bijlage 3

Hoofdschool 3 : VBS Zichen

Nieuwe weg 11 , 3770 Zichen-Bolder RIEMST 012 / 45 21 30

-afdelingen : -Pastoor Bollenstraat , 9 Zussen RIEMST 012 / 45 25 91

-St Hubertusstraat 9 , 3770 Kanne RIEMST 012 / 45 74 16

 

Opmerkingen van het personeel over het eventueel wijzigen van het arbeidsreglement , aangeplakt op 10.05.05

 

 

 

 

NIHIL

 

 

 

 

 

De afgevaardigde-Beheerder

Steegen Arnould

 

Bijlage 4

Afspraken voor het gebruik van de turnzaal (hoofdst VII)

Voor de leerlingen:

– De leerlingen gaan enkel onder begeleiding van de leerkracht naar de turnzaal.
– De turntoestellen mogen enkel gebruikt worden in opdracht van de leerkracht (nooit op eigen houtje).
– Zorg voor de voorgeschreven kledij.
– t-shirt van de school
– korte zwarte broek
– sportschoenen (zonder zwarte zolen : waar de turnzaalvloer dit vereist))
– eventueel een training in de winter
(aangepast aan de temperatuur van het jaar)
– Alle klas afspraken gelden ook voor de turnzaal.

Voor de leerkracht:

– De leerlingen gaan onder begeleiding van de leerkracht naar de turnzaal.
– De leerlingen gebruiken de turntoestellen enkel onder begeleiding.
– De lkr ziet erop toe dat de leerlingen de voorgeschreven kledij dragen om de oefeningen uit te voeren. (aangepast aan de temperatuur van het ogenblik)
– t-shirt van de school
– korte zwarte broek
– sportschoenen (zonder zwarte zolen : waar de turnzaalvloer dit vereist))
– eventueel een training in de winter
– De leerkracht geeft de opdracht tot de oefeningen.
– Hij/zij vergewist er zich van dat de oefeningen met toestellen op de veiligst mogelijke manier verlopen.
– Hij/zij houdt toezicht op alle oefeningen.
– Zo nodig geeft hij/zij assistentie bij bepaalde sprongen of klimrekoefeningen.
– De leerkracht vergewist er zich van dat alle toestellen en materialen in een veilige staat verkeren. Indien hij een gebrek vaststelt verwittigt hij onmiddellijk de directie of de preventieadviseur.
– De leerkracht begeleidt de leerlingen tussen de klas en de turnzaal.
– Na de turnles worden de turntoestellen ordelijk terug opgesteld of opgeborgen.
– De veiligheidsuitgangen worden vrijgelaten. (geen materiaal voor de nooduitgangen)
– De leerkracht weet waar een telefoontoestel te vinden is op redelijke afstand van de turnzaal